Het is een scenario dat zich in veel spreekkamers van psychiaters en psychologen afspeelt. Een kind krijgt na een traject van onderzoeken de diagnose ADHD. Terwijl de specialist uitlegt wat dit betekent, de moeite met focussen, de impulsiviteit, de innerlijke onrust, zie je een van de ouders langzaam van kleur verschieten. Niet van schrik, maar van herkenning. “Wacht eens even,” denken ze, “dit gaat over mij.”
ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is geen aandoening die zomaar uit het niets verschijnt. Het is diep geworteld in onze biologie. Het begrijpen van de erfelijkheid van ADHD is vaak de sleutel tot niet alleen het begrijpen van het individu, maar van de hele familiedynamiek. In dit artikel duiken we in de genenpool en kijken we hoe deze kennis kan leiden tot minder schuldgevoel en meer verbinding binnen het gezin.
Hoe sterk is de genetische factor?
Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: ADHD is een van de meest erfelijke psychiatrische aandoeningen die we kennen. Wetenschappelijk onderzoek toont consequent aan dat de erfelijkheidsgraad van ADHD rond de 70% tot 80% ligt.
Om dat in perspectief te plaatsen: dat is bijna net zo erfelijk als je lichaamslengte.
Dit betekent niet dat er één specifiek “ADHD-gen” is dat je doorgeeft. Het is complexer dan dat. Wetenschappers spreken van een polygenetische aandoening. Er zijn honderden, misschien wel duizenden kleine variaties in verschillende genen die allemaal een klein beetje bijdragen aan het risico op ADHD.
Als een kind de diagnose krijgt, is de kans aanzienlijk dat ten minste één van de ouders het ook heeft (gediagnosticeerd of niet), of dat er broertjes, zusjes, ooms of tantes zijn met vergelijkbare trekken. Het zit letterlijk ‘in de familie’.
Nature vs. Nurture: De omgeving telt ook
Hoewel de erfelijkheid van ADHD de grootste rol speelt, is het niet het hele verhaal. Genen laden het pistool, maar de omgeving haalt de trekker over.
Factoren tijdens de zwangerschap (zoals vroeggeboorte of stress) en omgevingsfactoren tijdens het opgroeien kunnen invloed hebben op hoe en óf de genetische aanleg tot uiting komt. Een stabiele, gestructureerde omgeving kan de symptomen dempen, terwijl een chaotische omgeving ze kan versterken. Maar de basis, de blauwdruk van de hersenen, is grotendeels genetisch bepaald.
De “Aha-Erlebnis”: Als de puzzelstukjes vallen
Voor veel gezinnen is de realisatie dat ADHD erfelijk is een enorme eyeopener. Vaak hebben ouders zelf hun hele leven geworsteld met “anders” zijn. Ze waren de dromers in de klas, de chaoten die altijd hun sleutels kwijt waren, of de mensen die honderd hobby’s startten maar er nooit één afmaakten.
Wanneer hun kind de diagnose krijgt, vallen de puzzelstukjes van hun eigen verleden op hun plek. Dit kan leiden tot een late diagnose voor de ouder zelf. Dit proces is vaak emotioneel: er is opluchting (“Ik ben niet lui of dom, mijn brein werkt anders”), maar soms ook verdriet om de jaren van onbegrepen strijd.
Van Schuldgevoel naar Gezinsbegrip
Het besef van de erfelijkheid van ADHD kan helaas ook leiden tot schuldgevoelens bij ouders. “Heb ik dit aan mijn kind gegeven?” is een veelgehoorde, pijnlijke vraag.
Het is cruciaal om dit om te buigen. Je geeft je kind ook je oogkleur, je humor of je muzikaliteit mee. ADHD is een neurobiologische variatie, geen opvoedkundig falen of een vloek.
De kracht van deze kennis zit juist in het begrip voor de familieband.
-
Herkenning schept een band: Als ouder met ADHD begrijp je écht waarom je kind ontploft als het huiswerk niet lukt, of waarom ze drie uur over het opruimen van hun kamer doen. Je herkent de strijd. Je kunt zeggen: “Ik snap je, mijn hoofd werkt ook zo.” Dat is voor een kind ontzettend waardevol.
-
Gezamenlijke strategieën: Wat voor de ouder werkt, werkt vaak ook voor het kind. Jullie kunnen samen zoeken naar externe structuren, visuele hulpmiddelen of manieren om prikkels te reguleren. Het gezin wordt een team dat leert omgaan met hun gedeelde “neurotype”.
-
Meer empathie: Partners zonder ADHD krijgen door het erfelijkheidsaspect vaak meer begrip. Ze zien dat het gedrag van hun partner en kind geen onwil is, maar onmacht, gestuurd door hun genetica.
Conclusie
De erfelijkheid van ADHD is een wetenschappelijk feit dat diep ingrijpt in persoonlijke levens. Het accepteren dat ADHD vaak een familieaangelegenheid is, haalt het stigma weg. Het stelt gezinnen in staat om te stoppen met het zoeken naar een schuldige, en te beginnen met het bouwen aan een omgeving waarin hun unieke breinen – met al hun uitdagingen én talenten – kunnen floreren. Het is geen foutje in de genen; het is een gedeelde eigenschap die vraagt om een gedeelde aanpak.
